Ferritine

Ferritine is een eiwit dat ijzer bindt en staat voor de opslag van ijzer in je lichaam.

IJzer is cruciaal voor de productie van hemoglobine, dat zich in de rode bloedcellen bevindt, en zijn enige functie is het transport van de zuurstof die we inademen, naar ons lichaam.

Ferritine wordt opgeslagen in de cellen, met name in de lever en het beenmerg. In het bloed zelf is echter een kleine hoeveelheid ferritine aanwezig. De hoeveelheid ferritine in het bloed is een goede parameter voor de hoeveelheid ferritine in de cellen en weerspiegelt dus de ijzervoorraad.

Lage niveaus wijzen vaak op een ijzertekort, ook lage niveaus zouden vaak onverklaarbare vermoeidheid of zwakte, duizeligheid, hoofdpijn, moeilijkheden om zich te concentreren onder andere veroorzaken.

Lage niveaus kunnen wijzen op bloedarmoede. Bloedarmoede is een aandoening waarbij het aantal rode bloedcellen of de hemoglobine (moleculen van de rode bloedcel die de te transporteren zuurstof bindt) concentratie binnenin de cellen lager is dan normaal.

In geval van een ijzertekort wordt de ijzervoorraad eerst uit de opslag gehaald. Als deze ook uitgeput is, kan het lichaam niet genoeg rode bloedcellen produceren en treedt er bloedarmoede op.

De oorzaken zijn variabel, van voedingstekorten, het niet goed opnemen van ijzer in de darmen, tot onder andere overmatige bloedingen.

Symptomen van hoge ferritine niveaus kunnen zijn, maagpijn, hartkloppingen of pijn op de borst, onverklaarbare zwakte, gewrichtspijn en onverklaarbare vermoeidheid.

De symptomen ontstaan doordat ijzer zich ophoopt in de organen en leidt tot vernietiging en verlies van de normale functie.

Het is belangrijk op te merken dat ferritine ook een zogenaamd acute-fase-eiwit is, d.w.z. dat er al in een vroeg stadium van de ontsteking een verhoging van de concentratie wordt waargenomen.
Ontsteking kan worden veroorzaakt door infecties of ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis.

Het ferritinegehalte kan ook stijgen als gevolg van schade aan uw organen, zoals de lever en de milt.

Het beste aanbod is ‘heemijzer’, dit is het soort ijzer dat in dierlijke producten voorkomt:

  • mager rood vlees, kip en vis zijn een goede bron van heemijzer.

Bonen en linzen, tofu, gebakken aardappelen, cashewnoten, donkergroene bladgroenten zoals spinazie, volkoren en verrijkt brood zijn een goede bron van non-heemijzer, wat ook bijdraagt aan het verhogen van het ijzer-niveau.

Er zijn ook een aantal verrijkte producten zoals supplementen en verrijkte voedingsmiddelen die kunnen helpen.

Voeg citroensap toe aan je maaltijd of in je glas water.

Je kan de opname van ijzer door je lichaam verhogen door het drinken van citrussap of het eten van andere voedingsmiddelen die rijk zijn aan vitamine C. Op hetzelfde moment dat je voedingsmiddelen met een hoog ijzer gehalte eet. Vitamine C in citrussappen, zoals sinaasappelsap, helpt je lichaam om beter ijzer te absorberen. Vitamine C komt ook voor in:

    • Pompelmoes, Kiwi, Bladgroen, Meloenen, Sinaasappels, Paprika’s, Aardbeien, Mandarijnen en Tomaten

Indien je te veel ferritine hebt is het beter om citroensap te vermijden tijdens de maaltijd.

Calcium is te vinden in voedingsmiddelen zoals melk, yoghurt, kaas, sardientjes, zalm, tofu, broccoli, amandelen, vijgen, raapstelen en rabarber en is de enige bekende stof die de absorptie van zowel non-heem- als heemijzer remt.

Indien je te veel ferritine hebt is het wel een goed idee om deze samen te eten. 

Het is beter om je koffie of thee te drinken tussen de maaltijden door.
Deze dranken bevatten meestal een reeks verbindingen met de naam polyfenolen, die belangrijke remmers zijn voor de opname van ijzer.

Indien je te veel ferritine hebt is het wel een goed idee om koffie en thee te dringen als je ijzerrijk voedsel eet. 

Het is waar, minder alcohol helpt!
Alcohol kan de lever beschadigen en kan bijdragen aan hogere ferritine niveaus .

  • Camaschella, C. (2015). Iron-deficiency anemia. New England journal of medicine, 372(19), 1832-1843.
  • Haas, J. D., & Brownlie IV, T. (2001). Iron deficiency and reduced work capacity: a critical review of the research to determine a causal relationship. The Journal of nutrition, 131(2), 676S-690S.
  • Markey, K. A., Mollan, S. P., Jensen, R. H., & Sinclair, A. J. (2016). Understanding idiopathic intracranial hypertension: mechanisms, management, and future directions. The Lancet Neurology, 15(1), 78-91.
  • Lai, J. F., Dobbs, J., Dunn, M. A., Tauyan, S., & Titchenal, C. A. (2009). Inconsistent values for iron content complicate recommending clams as an iron source. Journal of food composition and analysis, 22, S78-S82.
  • Monsen E. R. (1988). Iron nutrition and absorption: dietary factors which impact iron bioavailability. Journal of the American Dietetic Association, 88(7), 786–790.
  • Lyle, R. M., Weaver, C. M., Sedlock, D. A., Rajaram, S., Martin, B., & Melby, C. L. (1992). Iron status in exercising women: the effect of oral iron therapy vs increased consumption of muscle foods. The American journal of clinical nutrition, 56(6), 1049–1055. https://doi.org/10.1093/ajcn/56.6.1049.
  • Murillo, G., & Mehta, R. G. (2001). Cruciferous vegetables and cancer prevention. Nutrition and cancer, 41(1-2), 17–28. https://doi.org/10.1080/01635581.2001.9680607